De geschiedenis van de familie Litjens..

Familie verhaal Handrie Litjens en
Gon Litjens-Gielen uit het Tuindorp


Trouwfoto Handrie Litjens en Gon Gielen uit het Tuindorp

In het navolgende verhaal vertellen de 2 dochters (Truus en Mieke) van Handrie (Pap) en Gon Gielen (Mam) het familieverhaal van de familie Litjens.
Met name omschrijven zij waar pap en mam zijn geboren, hoe ze elkaar leerden kennen, waarom dat ze in het ‘Tuindorp’ kwamen wonen en hoe het leven vooral de eerste periode er thuis globaal uitzag.

Handrie Litjens

Handrie Litjens werd in Horst Meterik geboren als zoon van Gerardus Litjens en Anna Gertruda Pouwels. In Meterik werd zijn vader destijds ook wel (Pas) Gradus genoemd.. Omdat Gerard zijn eerste vrouw Albertina van Helden op vrij jeugdige leeftijd is overleden, trouwde Gerard later met Anna Gertruda Pouwels.
Op onderstaande foto ziet u Gerard met zijn 2e vrouw en de kinderen uit beide huwelijken.



De familie Litjens: Boven v.l.n.r.:Marie, Truuj, Piet, Bert, Handrie, An en Dien
Onder v.l.n.r.: Gerard en zijn 2e echtgenote Anna Gertruda
De dame links van Wim (Lies) en de 2 dames rechts van Wim (Gon en Nel) zijn van 2e vader Herman Gielen en Maria Vestjens.
De 4 personen achter vader Gerard zijn van hem en zijn 1e vrouw Albertina van Helden. 

Diverse gegevens en bijzonderheden
Gerard Litjens en zijn 1e en 2e echtgenote:
Gerard geboren op: 22 april 1872 in Horst Gehuwd met : Albertina van Helden op 4 april 1902 in Horst. 
Gerard’s 1e vrouw Albertina, overleed op 3 mei 1909, en hij kreeg ineens de zorg over 4 kleine kinderen. Na het overlijden van Albertina trouwde Gerard 2 jaar later voor de 2e keer.  Op 21 april 1911 vond dit huwelijk met Anna Gertruda Pouwels (roepnaam Guttru) in Horst plaats.

Gerard stierf op 16  december 1951 in Meterik. Zijn 2e vrouw die werd geboren in Horst op 10 augustus 1873 stierf een goed half jaar later eveneens in Meterik op 20 juli 1952. Van zijn 2e vrouw is bekend dat ze heel handig was in naaiwerk. Niet voor niets ging er in de begintijd dat Gradus de 2e keer was getrouwd het praatje in Meterik rond. ‘Wat staon die kiender van Gradus Litjens en Guttru er  moj op.’

Bijzonderheden kinderen: Piet 3e van links op de foto is 10 mei 1940 in Katwijk bij Cuijk als militair gesneuveld. In Meterik is een straat naar hem genoemd. Hij werd na de oorlog begraven in Meterik. In 2013 werd hij op verzoek van de familie met militaire eer herbegraven op de militaire begraafplaats ‘De Grebbeberg’ in Rhenen bij zijn dienstkameraden. 

Gon Litjens-Gielen

Gon Gielen werd in Baarlo geboren als dochter van Herman Gielen en Maria Vestjens. Gon haar moeder Maria is 2 keer getrouwd. Ze verloor haar eerste man Hendrik Kuijpers al vrij vroeg.
Op onderstaande foto ziet u Maria Vestjens en haar 2e man en de kinderen uit beide huwelijken.


De familie Kuijpers/Gielen- Vestjens:
Boven v.l.n.r.: Drika, Lies, Wim, Gon, Nel, en Mina.
Onder v.l.n.r.: 2e echtgenoot Herman Gielen en Maria Vestjens.

De buitenste dames Drika, Mina en Wim zijn van de 1e vader Hendrik Kuijpers en Maria Vestjens.
3 Personen achter de moeder zijn van vader Gerard en moeder Anna Gertruda Pouwels.
Onder Herman Gielen en Maria Vestjens.
Opmerking: Een van de kinderen Piet is tijdens zijn jeugdjaren overleden.

Diverse gegevens en bijzonderheden
Maria Vestjes en haar 1e en 2e echtgenoot.
Maria Vestjens dochter van Laurentius Vestjens en Wilhelmina Hendrix geboren op: 27 augustus 1869 in Roggel. Gehuwd met Jan Hendrik Kuijpers zoon van Petrus Kuijpers en Aldegonda Janssen en geboren te Helden op 7 november 1863. Trouwdatum 17 april 1896. Samen gingen ze wonen in het buurtschap ‘Kranshout- Soeterbeek’ in Baarlo. Later toen deze woning afbrandde woonde het gezin in het buurtschap ‘De Hert’ in Baarlo.
Maria’s 1e man Hendrik, overleed op 42 jarige leeftijd op 1 september 1906. Zij als weduwe bleef zitten met 4 kleine kinderen waarvan zoon Piet ook nog eens veel te vroeg overleed. Vele jaren voedde ze haar kinderen alleen op en na zo’n 20 jaar hertrouwde ze met Herman Gielen. (geboren 17 april 1860 in Kessel). Met Herman kreeg ze nog eens 3 kinderen.
Maria overleed in Baarlo op 6 juli 1949 op 80 jarige leeftijd. Herman overleed op 88 jarige leeftijd eveneens in Baarlo op 25 januari 1948.
Uit verhalen die mam nu en dan vertelde bleek dat haar vader Herman altijd een goede vader voor zijn kinderen maar ook voor de kinderen uit het 1e huwelijk is geweest.

Hoe hebben pap en mam elkaar leren kennen?
Pap werd geboren in Meterik op 31 mei 1913. Thuis groeide hij op met zijn (half) broers en (half) zussen.
Thuis in het buurtschap ’t Rooth had vader Gerard een klein gemengd bedrijf. Het perceel rondom het huis was eigenlijk te klein om daar de kost voor het hele gezin op te verdienen. Pap en nog enkele (half) broers en (half) zussen moesten van vader Gerard uit gaan werken en zodoende kwam er dus voldoende geld binnen. Zo werkte Pap in het buurtschap ’t Rooth bij Eijsden- Margraten, maar ook werkte hij bij een landbouwer in het buurtschap ‘Schafelt’ in Baarlo. Daar leerde hij alle voorkomende werken in de landbouw. Met name in de omgang van paarden was hij heel bedreven. Dat allemaal kwam hem later in de tuinderij goed van pas. In de weekends fietste hij naar Meterik naar zijn eigenlijke thuis en bracht daar het weekend door. Door de week s’ avonds hoefde er niet gewerkt te worden. In de buurt kwamen dan de mannen bij elkaar om samen gezellig te kaarten. Dan was dit op de ene plaats, dan op een andere plaats. En zo leerde hij Handrie Smits kennen. Handrie was veehandelaar en was de man van Nel Gielen. (de zus van mam). Tijdens het kaarten of op een ander moment werd waarschijnlijk wel eens kenbaar gemaakt, of zag pap met eigen ogen dat Nel nog een leuke zus (Gon) had. En zo is al de basis gelegd en op enig moment is de bekende ‘Vonk’ overgeslagen.
Pap en mam hebben de oorlog heel bewust meegemaakt in Baarlo of Meterik. Af en toe vertelden ze wel eens over de diverse acties van de vijand. Tot evacuatie en het verlaten van hun woning is het -gelukkig voor hun- nooit gekomen. Direct na de bevrijding was de tijd rijp voor mam en pap om de vriendschap om te zetten in een huwelijk. Op 8 mei 1945 trouwden ze en kregen onderdak bij pap/mam schoonvader/schoonmoeder in Meterik omdat een eigen woning kopen of huren op dat moment heel duur en niet zo gemakkelijk was.

De eerste tijd in Meterik en de aanloop van verhuizing naar het Tuindorp in Wellerlooi.
Pap en mam kregen de mogelijkheid om op een gedeelte van het perceel rondom het huis tuindersproducten te telen. Ook staken ze samen veel tijd en moeite aan de kippen in het kippenhok op het perceel. Zodoende konden er veel eieren geleverd worden en kwam er extra geld binnen om van te leven. Tussendoor werkte mam mee in het samenwonend gezin. In februari 1946 werd dochter Truus geboren. Bijna een jaar later -in januari 1947- kregen ze samen een tweeling. Een jongen van deze tweeling is helaas bij de geboorte overleden en Herman bleef alleen over.
Al gauw verlangden pap en mam naar meer zelfstandigheid. Toen bekend werd dat in het nieuwe ontginningsgebied Tuindorp in Wellerlooi de mogelijkheid werd geboden, om jonge tuinders in de regio een nieuw bestaan te bieden was pap er als de kippen bij.
De inschrijving hiervoor was echter niet zo gemakkelijk. Je moest wel eerst laten zien dat je toch wel verstand van zaken had op het gebied van het tuinders vak. Thuis in Meterik kwamen de specialisten zelfs aan de hand van zijn producten op het land beoordelen of pap geschikt was om zich in dit nieuwe gebied te vestigen. (Half) broer Bert had pap gevraagd of hij ook aan deze mensen wilde vragen of hij in aanmerking kon komen voor een perceel in het Tuindorp.
Samen helpen en elkaars gereedschap gebruiken zou voor beide personen de nodige voordelen opleveren, was de mening van Bert.
Hoe dan ook: In het voorjaar van 1947 kregen pap en mam, ome Bert en diverse andere gezinnen groen licht om te starten met de tuinderij. In feite lag er alleen een afgebakend perceel. Nutsvoorzieningen en een dak boven het hoofd waren er niet. Een van de belangrijke taken was om de magere grond geschikt te maken voor tuinbouwgrond. Een periode brak aan dat pap in Wellerlooi ging werken en bij zijn halfbroer Bert 's nachts in de kippenkooi bleef slapen. Mam regelde dan de zaakjes in Meterik. Was het druk in het seizoen met het plukken in het Tuindorp dan kwam mam met fiets, hielp de hele dag mee en fietste 's avonds weer naar Meterik om vervolgens thuis het werk in het gezin weer op te pakken.

Later zei ze altijd: ‘Als ik om 's avonds om 7.00 uur maar in Tienray was kon ik thuis mijn werk nog goed doen.’ Dank overigens aan schoonmoeder Guttru die overdag zorg droeg voor de kinderen Truus en Herman. 

Verhuizing vanuit Meterik en de eerste jaren in het Tuindorp
Tussentijds werden in opdracht van de gemeente Bergen op de diverse uitgegeven percelen door een bouwbedrijf uit Amsterdam kleine woningen gebouwd. Zowel de woning alsook het perceel werd niet direct eigendom van de tuinders. Pas veel later konden de pioniers hun perceel en woning verwerven. Toen pap en mam in januari 1948 gezinsuitbreiding kregen met dochter (Annie) waren ze inmiddels verhuisd en was deze geboorte mogelijk in het kleine nieuwe huis in het Tuindorp.

Na goede bewerking en bemesting van de woeste grond waren er in het voorjaar van 1948 al gauw goede resultaten (in het begin aardappelen) op het land zichtbaar. Met hard werken en zwoegen was er wel een boterham te verdienen aan de producten die ze aan de veiling leverden. De gezinnen waren in die tijd toch al blij als het hun een beetje goed ging. De samenwerking vooral als de een of de ander in de problemen zat was geweldig. Duidelijk kon je toen stellen: ‘Buren zijn in goede, maar ook in slechte tijden ook echte buren’.
Vooral in de beginjaren was het echt behelpen in het gezin. Er was geen leidingwater. Bruin roestwater uit de grond dat moest worden gekookt of regenwater uit de regenput was alleen beschikbaar. Ook elektra was er niet. (wel radio op een accu) Een of meer petroleum lampen met een pompje en een kous deden destijds dienst als lamp in het huis. Kortom zo ging het er aan toe in de beginjaren. In een artikel van Dagblad voor Noord-Limburg geschreven 25 jaar later door P.Eultje  (zie inzet)  omschrijft de journalist ook nog eens duidelijk hoe het er in de beginperiode globaal aan toe is gegaan.


 Foto van de nog onverharde Tuinstraat (Toeristenweg) met aan de rechterzijde de 2e woning van onze familie. 

Bijzonderheden tussen 1950 en 1960
- De geboorte van 5 kinderen Graad, 1 mei 1950; Mieke, 1 januari 1952; Henk, 8 februari 1954; Gonnie, 7 mei 1957; 
  en Martha, 21 oktober 1959. 
- Er werd met hulp van de gemeente Bergen een tuinders kas gebouwd in 1954 door de firma Gommans van de Vinne uit Blerick.
- Er was geen schoon water en Pap ging regelmatig schoon water halen met paard en kar met ton bij Frans Camps in Wellerlooi. Bij de kas werd             een regenput gemaakt. Daaruit haalden we het water dat we voor het gezin dagelijks nodig hadden voor te drinken, te wassen etc.
- Mam werkte heel graag op het land maar in het gezin met kleine kinderen kon ze ook niet gemist worden.



Op foto v.l.n.r.: Truus en Herman Litjens, Jet. Hendrix met Hilda Huybers en Elly en Diny Cremers

Vele jaren hadden we hulp van Hedwig (De vrouw van Joep Dura) haar zus Manja (de vrouw van Jan Driessen) en van vrouw Cornelissen (de vrouw van Ties Cornelissen). Stuk voor stuk vrouwen die heel goed konden werken en waarmee het ook heel plezierig werken was.
De kinderen moesten zichzelf dikwijls bezig houden. Wij hadden thuis het geluk dat heel veel mocht. Gaten graven rondom het huis en er water in laten lopen, hele gebouwen maken van veilingkisten en ga zo maar door was allemaal goed. Automatisch kreeg je dan dat, veel kinderen uit de buurt kwamen spelen, Natuurlijk waren de kinderen van onze pluksters ook welkom. Natuurlijk was er ook af en toe een vechtpartijtje maar dat hoorde er eenmaal bij.

Op de schoolfoto v.l.n.r.: Truus, Graad, Herman en Annie

De tijd was aangekomen dat de school in Wellerlooi moest worden bezocht. Truus als oudste van het gezin kreeg meestal de opdracht en de verantwoording om een beetje op de letten op de kleinere kinderen bij het fietsen naar school en terug naar huis. Ook moest dikwijls gelet worden op de kleinere kinderen uit de buurt. Gelukkig was de Venweg in die tijd nog niet zo druk. Wat ook een beetje gevaarlijk, maar hartstikke mooi was, waren de bergjes die door de jeugd in het bos zelf waren gecreëerd. Wat echter zeker niet leuk was voor de kinderen was het regen- of koud nat weer. De kinderen kwamen dan helemaal nat in school aan en ze moesten dan de hele morgen met natte en onfrisse kleren in de banken zitten.
Als er op een dag weer naar school werd gefietst liep Harras (de Duitse herder van onze familie) van thuis af mee naar school. Wij waren heel bang dat de lieve hond op de Rijksweg zou verongelukken als wij in het klaslokaal zaten. In overleg met het hoofd van de school werd besloten om de hond in het kolenhok op te sluiten. Zodoende rende de zwarte Duitse herder na schooltijd nog zwarter mee naar huis.

Schoolfoto van Mieke en Graad


V.l.n.r: Annie, Truus, Henk met lammetje, Graad, Mieke en Herman. Foto gemaakt door Jan van de Post
( Jan Valckx Rijksweg )

Schoolfoto van Martha en Gonnie Litjens

Communiefoto van 1e klas in het jaar 1963 Gonnie Litjens staat helemaal rechts op de foto.
Waterleiding en elektra was er inmiddels in elk gezin. Heel blij was iedereen dat deze basisvoorzieningen er waren. Radio, wasmachine, schoon en        betrouwbaar water, s’ avonds een boek lezen en ga zo maar door, was allemaal mogelijk. Wat een luxe!
Thuis hadden we ook een paar zeugen. Om het biggetjes te krijgen moest de zeug naar de ‘beer’ bij Litjens in Wellerlooi. Als pap daar heen ging met paard (Puk) en kar mochten de kinderen ook mee. Bij Litjens aangekomen kwam het paard aan het schrikken door een radio die vrij hard stond. Puk sloeg met kinderen nog op de kar op hol. Een flink ongeluk met slechte afloop stond er aan te komen. Heel dankbaar mochten we zijn dat Ben Fleuren die een eind verder het gevaar had zien aankomen, midden op de weg ging staan, en het paard tot stoppen dwong.
De mensen gingen destijds elke zondag naar de kerk in Wellerlooi. Vooral in de strenge winters was dat een hele opgave. Gestrooid werd er namelijk nauwelijks en de stuifsneeuw maakte het met name ‘ in de hoege drej’ helemaal moeilijk.
Trouw zijn aan de kerk stond in die tijd echter hoog in het vaandel. Maar er was gelukkig een oplossing.
Drikes Hagens (Hagens Drik) reed voor de tuinders door de week naar de veiling in Venlo. Hij regelde onder dergelijke winterse omstandigheden taxi naar de kerk en terug. Op de vrachtwagen met zeil had hij banken en stoelen staan en zelfs was er een trapje aan de auto gemaakt, zodat het gemakkelijk was om op en af de vrachtwagen te komen. Aanstaande moeders die in verwachting binnenkort een baby verwachten mochten voor in de cabine plaatsnemen. Drik die dat helemaal niet hoefde, deed het toch maar. Heel mooi. Toch! En de taxi was ook nog helemaal gratis.
Na de Mis was het gebruikelijk dat de mannen gingen kaarten (toepen) in het café bij “de Smid’, bij Piet Achten en later bij Hermans Toon. Heel af en toe werd er wel eens te diep in het glaasje gekeken met alle gevolgen van dien.
- Geen overdreven luxe in die jaren, maar het was allemaal goed te doen en de mensen waren heel tevreden met het beetje wat ze hadden.

De jaren na 1960
De kinderen groeiden op en moesten meewerken op het bedrijf. Nog een tuinders kas werd er gebouwd. De kost werd verdiend met tomaten, komkommers of augurken in de kassen. Buiten was het asperges en ‘Neckar’ staakbonen hoorden er(vroeger al- en nu nog-) elk jaar bij.
Het ene jaar was gewoon goed en het andere jaar was minder. Gemiddeld ging het echter wel goed en al met al waren pap en mam tevreden met het resultaat.
Verder was het sleutelen aan auto’s iets wat thuis echt niet was weg te denken.
Truus, Annie, Mieke, Henk en Martha gingen trouwen. Het grote gezin in het Tuindorp werd kleiner. Kleinkinderen (5 hebben pap en mam er samen gekend, de andere 4 heeft mam alleen gekend) en later achterkleinkinderen (2 heeft mam er nog gekend) kwamen in beeld.
Mam haar grote hobby ‘werken op het land en het liefste bonen plukken’ heeft ze bijna tot haar dood in 2011 samen met Graad (hij is in het huis geboren en is er altijd blijven wonen) kunnen doen.
Een dieptepunt in het leven van de familie is altijd het overlijden (leukemie) van Annie in het jaar 2000 geweest.
Pap is gestorven op 24 augustus 1989 (76) en mam op 16 maart 2011 (94).

Als we het leven van onze familie in een paar zinnetjes zouden moeten samenvatten zou dat er als volgt uitzien. Een hecht gezin. Thuis hebben we onderling altijd heel veel warmte gekend. Mam was altijd heel gastvrij en iedereen was welkom en kreeg koffie. Pap en mam zijn altijd bereid geweest gezinnen in de buurt te helpen die dat nodig hadden. Aan het verenigingsleven in Wellerlooi hebben we over het algemeen weinig meegedaan. We hadden thuis geen modern bedrijf, maar met hard werken en ieder het zijne geven waren pap en mam altijd heel gelukkig.


Boven v.l.n.r.: Truus, Martha, Pap, Annie, Mieke, Mam, Gonnie
Onder v.l.n.r.: Henk, Herman en Graad
Foto gemaakt bij het huwelijk van Annie Litjens met Dré Janssen uit Baarlo in maart 1977

Pap en mam 40 jaar getrouwd op 8 mei 1986
Bovenste/middelste rij: Karen Janssen, Dré Janssen, Graad Litjens, Herman Litjens, Annie Janssen-Litjens Hay Claes, Peter van Rensch (midden)
Jo Rooijakkers en Gonnie Litjens.
Onderste rij: Henk Litjens, Truus van Rensch-Litjens, Mam met op de schoot Andrea Janssen. Pa en Joris Rooijakkers, Gonnie Rooijakkers,
Mieke Rooijakkers-Litjens, Martha Claes-Litjens en Ria-Litjens-Cuppen.
Opmerking: Hans-, Marij- Niek Litjens en Hein Claes die toen nog niet waren geboren heeft pap niet en mam wel gekend.


Boven v.l.n.r.: Karen Janssen (Horst), Peter van Rensch (Velden) en Andrea Janssen (Baarlo)Midden: Mam Gon Gielen (Wellerlooi) Joris Rooijakkers (Baarlo) en Gonnie Rooijakkers (Baarlo)
Voorste rij v.l.n.r.: Niek Litjens (Horst) Marij Litjens (Oeffelt) – (is tweeling met Niek) Hans Litjens (Horst) en Hein Claes (Venray Heide.)
 

 

Maart 2020
Truus van Rensch-Litjens en Mieke Rooijakkers-Litjens